Naar de inhoud
De Bijbel
NL
Steun het project
Foto: Natuurreservaat Bos van Mbaracayú · Paraguay

Psalmen 12

Natuurreservaat Bos van Mbaracayú · Paraguay · Foto: Ilosuna · CC BY-SA 3.0

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminith. Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

2Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.

3De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong;

4Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

5Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

6De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

7Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.

8De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden.

    Kruisverwijzingen van OpenBible.info (CC BY 4.0).