Naar de inhoud
De Bijbel
NL
Steun het project
Foto: Inarimeer · Finland

Psalmen 108

Inarimeer · Finland · Foto: Francisco M. Marzoa Alonso · CC BY-SA 2.5

1Een lied, een psalm van David. O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.

2Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

3Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.

4Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

5Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

6Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

7God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

8Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.

9Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.

10Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

11Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

12Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.

13In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.

    Kruisverwijzingen van OpenBible.info (CC BY 4.0).